Ik loop in de Jufferswaard, de Uiterwaarden bij Renkum tussen de papierfabriek en de Noordberg. Het is al een tijdje geleden dat ik hier liep. Vaker stappen mijn voeten op de paden langs de Renkumse beek. Het is eind februari, de eerste paar zachte dagen na een koude tijd met sneeuw en vorst. De vogels laten horen: de lente is in aantocht. Ik hoor nieuwe geluiden en ik zet mijn vogel app aan: Koolmees, heggemus, boomklever. Niets bijzonders, maar toch, het klinkt als een nieuw geluid. Ik zet de app uit. Ik heb liever de verwondering dan het weten. Er ligt een dun laagje blubber op het pad op de zomerdijk. Het ruikt naar Uiterwaarden in de Lente. Het water staat hoog. De kribben zijn overstroomd en de boten die stroomafwaarts langs racen over het water, laten een prachtige waaier van golven achter die even later in een nog mooier, interfererend patroon opnieuw langskomen.
Ik sta stil. Hier ben ik, hier ben ik geworteld.
Ik houd me de laatste jaren bezig met hoe ik de verbinding met het land, de levende wezens en andere wezens, zoals rivieren, beekdalen en bossen meer kan voelen. Ik vraag me af of er wederkerigheid in mijn relatie met die wezens is. Ervaren zij mijn aanwezigheid? Of misschien zelfs: Kennen zij mij? Zou het kunnen dat ze op voor ons ondoorgrondelijke wijze ons ervaren en herkennen, zoals ik hen ken en herken via mijn zintuiglijke ervaring? De dansende beuk bij de ingang van de Ommuurde tuin. De zinnelijke wulpse beuk met al haar (of zijn?) rare uitsteeksel, plooien en dode takken in de buurt van de Beekdalhoeve om er maar een paar te noemen. Herkennen zij mij?, mijn sfeer misschien? Na zoveel tientallen jaren elkaar passeren.
Inheemse volkeren horen en zien hun voorvaderen op de plekken waar ze geleefd hebben terug. Deze ervaring geven zij door aan hun kinderen door het vertellen van verhalen, hun geschiedenis. Zo is hun verbinding met al dat levende weefsel in hun nabijheid dat hen steunt en voedt sterk verankerd. Allerlei plekken, bosjes, rotsen, bomen hebben in hun familiegeschiedenis een verhaal, een betekenis. Hun wortels steken diep.
Ik ben niet van hier. Ik ben opgegroeid in een IJsselmeerpolder. Kan ik wel zo sterk geworteld kan zijn op deze plek. Kan ik de verbinding met deze grond, deze plek wel zo sterk voelen? Zoals mijn voorvaderen en op sommige plekken van de wereld de mensen dat nog steeds kunnen.
Maar al die gedachten zijn van eerder. Nu heb ik die niet. Ik loop in de blubber. Het regent zacht en ik geniet van de vogels en van wat ze zingen. Er opent zich een uitzicht tussen de dijkbegroeiing. Aan de overkant van de rivier zie ik het silhouet van de lage kerk in Heteren en daarboven een strook blauwe lucht, alles laag en breed. En ineens voel ik me lengen, ik strek mij uit van aarde tot hemel en daar voorbij, mijn borst vult zich met lucht. Hier, deze rivier, die dit hele gebied heeft neergelegd met zandkorrels en kleideeltjes, dit land dat ons eeuwenlang gevoed heeft en waarop we onze huizen bouwden, dit water dat ons verbindt met onze buren en met de bergen, die andere geliefde plek. Hier is mijn oorsprong. Hier ben ik. Hier ben ik geworteld.
